MNN blij met steun Tweede Kamer
MNN is verheugd over de steun van de Tweede Kamer voor het mentorschap. De Kamer heeft op 15 november bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van VWS een motie Wiegman-Voortman aangenomen. Daarin wordt de regering opgeroepen verdere actie te ondernemen om het draagvlak voor het mentorschap verder te versterken.
In de motie wordt ondermeer gesteld dat het mentorschap nog onvoldoende is geborgd in de zorgwetgeving. Geconstateerd wordt dat hiertoe op het terrein van Veiligheid en Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maatregelen genomen moeten worden. De Tweede Kamer roept de regering op om in het bijzonder binnen het programma ‘Ouderen in veilige handen’ ervoor te zorgen dat de rol van mentoren verder wordt uitgewerkt en uitgevoerd. Ook roept de Kamer de regering op met (koepels van) zorgaanbieders en IGZ te bespreken hoe zij er goed en systematisch voor kunnen zorgen dat waar nodig mentorschap wordt aangevraagd. Daarbij moet ook gekeken worden naar de wijze waarop de zorgaanbieders financieel kunnen bijdragen aan de (aanloop)kosten van een vrijwillige mentor.
MNN heeft onlangs een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin de organisatie zijn bezorgdheid uitspreekt over de continuïteit van het vrijwilligersmentorschap door beëindiging van de overheidssteun.
Goed nieuws
“Ik ben heel blij met de motie. Die onderstreept het belang van het mentorschap”, aldus Nico Heinsbroek, directeur van Mentorschap Netwerk Nederland. De oproep aan het kabinet om met de zorgaanbieders te overleggen hoe de aanvraag van het mentorschap vanuit de zorginstellingen structureel te stimuleren, juicht MNN toe. “We constateren dat sommige instellingen nog steeds niet goed bekend zijn met de mogelijkheid om het mentorschap aan te vragen. Dat het kabinet met de zorgaanbieders gaat bekijken hoe het mentorschap daar beter onder de aandacht gebracht en gestimuleerd kan worden, is dus zeer goed nieuws”, aldus Heinsbroek.
Financiële kant
Zeer te spreken is Heinsbroek ook over de oproep van de Kamer om met de zorgaanbieders te gaan praten over een financiële bijdrage. “De bekostiging van het mentorschap komt nu volledig voor rekening van de cliënt. Wij zouden graag zien dat zorgaanbieders daarin ook systematisch een bijdrage in gaan leveren. De regionale stichtingen zijn voor hen van betekenis voor goede onafhankelijke voorlichting over vertegenwoordiging, ook voor familievertegenwoordigers. En ook de kosten in de aanloopfase van werving, selectie en kennismaking zouden mede door aanbiedersbijdragen kunnen worden gedekt. De zorg heeft baat bij een goede match van een mentor die de tijd kan nemen en waar de client zich goed bij voelt. Op dit moment moeten de aanloopkosten uit de cliëntbijdragen worden gedekt, wat niet gewenst en haalbaar is”.
Voor meer informatie kunt u kijken bij de folders die u via deze site kunt downloaden of bestellen.
Voor verdere vragen kunt u terecht bij de regionale stichting bij u in de buurt
Bij hen kunt u zich ook aanmelden als u belangstelling heeft om mentor te worden.

