De mentor

Iedereen vanaf 18 jaar kan in principe mentor worden. Maar wat maakt iemand geschikt voor het uitoefenen van deze rol?

U moet zich in eerste instantie heel goed in kunnen leven in de ander. Bij mentorschap draait het immers om mensen die (deels) wilsonbekwaam zijn en die geen beslissingen meer kunnen nemen over hun eigen verzorging of behandeling. Die taak krijgt u als mentor. U zult dus besluitvaardig en vindingrijk moeten zijn in moeilijke situaties. Het is niet nodig om zelf een achtergrond in de zorg te hebben. Het is veel belangrijker dat u ‘in de geest’ van uw cliënt(e) kunt handelen en dat u zich afvraagt: “Wat zou mijn cliënt(e) willen?”

U zult ook belangeloos moeten kunnen ‘geven’. De betrokkenen bevinden zich soms in een levensfase, waarin nog weinig contact mogelijk is. U zult zelden of geen directe dankbetuiging horen voor uw inzet. Dat kan zwaar zijn. Toch halen vele mentoren enorme voldoening uit hun werk. Gewoon omdat zij zich willen inzetten voor eenzame mensen, die zichzelf niet meer kunnen redden. U bent als het ware een maatje of buddy met wettelijke bevoegdheden. Iemand die tijd maakt voor de regelzaken, maar ook voor een praatje en een kopje koffie.

Voor meer informatie kunt u kijken bij de folders die u via deze site kunt downloaden of bestellen.
Voor verdere vragen kunt u terecht bij de regionale stichting bij u in de buurt

Bij hen kunt u zich ook aanmelden als u belangstelling heeft om mentor te worden.