Financiering vrijwillig mentorschap onder druk
“Stort de hulp voor wilsonbekwamen in?” Aldus een tussenkop in een artikel van
9 november in dagblad Trouw, n.a.v. bezuinigingen die zijn aangekondigd door het Ministerie van VWS, op de subsidie voor het coördineren van vrijwillig mentorschap.
Het is inderdaad zo dat VWS vanaf augustus jl de stimuleringssubsidies voor de regionale stichtingen wil afbouwen. Maar Mentorschap Netwerk Nederland (MNN) laat het er zeker niet bij zitten. We zijn op veel manieren actief om voorwaarden te scheppen zodat het werven, trainen, koppelen en begeleiden van mentoren, in zo veel mogelijk regio’s kan doorlopen. En zodat toch verdere landelijke dekking kan worden gerealiseerd. De landelijke inzet gebeurt in goed overleg met de regionale stichtingen Mentorschap, die zich als eerste sterk maken voor voortgang in hun regio’s.
Probleem is tijdelijk overbruggingsprobleem
Zoals in het artikel in Trouw staat vermeld, is er zicht op dat vanaf 2013 de financiering wordt geregeld. Justitie bepaalt dan tarieven voor de cliënt, die dan de onkosten van de vrijwilliger moet betalen en een bijdrage in de coördinatiekosten.
Daarom zoeken we nu overbrugging van middelen voor 2011 en 2012. En daarom hebben we de leden van de Tweede Kamer opgeroepen om de Staatssecretaris te vragen, de afbouw 2 jaar uit te stellen.
Waarom aandacht gevraagd van de politiek.
Het gaat om cliënten die niet goed hun wil tot uitdrukking kunnen brengen, en daardoor niet voor zichzelf kunnen opkomen. Deze zgn. “wilsonbekwame” clienten bevinden zich in een zeer kwetsbare situatie. Wanneer hiervan sprake is, en er is geen familie die deze persoon kan vertegenwoordigen, dan kan benoeming van een mentor worden aangevraagd bij de kantonrechter.
De taken van een mentor zijn: opkomen voor de belangen van de cliënt van immateriële aard, steunen van de cliënt bij uitoefening van zeggenschap over zorg en op de nodige momenten de cliënt formeel vertegenwoordigen bij verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding.
Mensen die zich aanmelden om vrijwillig mentor te worden hebben meestal ervaring in de zorg voor familieleden of als professional.
De regionale stichtingen Mentorschap bemiddelen en begeleiden en zien toe op goede uitoefening van het mentorschap door vrijwilligers.
Waar dit werk niet kan worden voorgezet, kan voor minder mensen kwalitatief goed geborgd mentorschap geregeld worden.
Overigens signaleren we dat er bij familiementoren vaak ook een behoefte aan voorlichting en ondersteuning is. Verschillende regionale stichtingen willen hier ook steeds meer een rol in gaan vervullen en MNN zet zich ook hier voor in.
Meer weten
Lees hier het artikel van 9 november in Trouw
Hoe en wanneer de afbouw zoals door VWS is aangekondigd de regionale stichtingen raakt, verschilt per regio. Wie wil weten hoe het in zijn/haar regio precies uitpakt, kan dan ook het best contact opnemen met de betreffende stichting.
Gegevens vindt u hier.
Voor meer informatie kunt u kijken bij de folders die u via deze site kunt downloaden of bestellen.
Voor verdere vragen kunt u terecht bij de regionale stichting bij u in de buurt
Bij hen kunt u zich ook aanmelden als u belangstelling heeft om mentor te worden.

