Wanneer is mentorschap nodig?

De meeste volwassen mensen die te maken hebben met een beperking, hebben geen mentor nodig (voor minderjarigen is ouderlijke macht of het voogdijschap vergelijkbaar met mentorschap). Mentorschap wordt overwogen wanneer familieleden, de arts(en) of anderen het vermoeden hebben dat iemand tekort lijkt te worden gedaan op het gebied van gezondheid en welzijn. Iemand heeft bijvoorbeeld minder goed zicht op behandelingsmogelijkheden, waardoor het maken van een juiste keuze moeilijk is. Het kan ook voorkomen dat in de familie grote onenigheid voorkomt. Die kan een eenduidige vertegenwoordiging tegenover hulpverleners in de weg staan, waardoor het maken van juiste beslissingen wordt bemoeilijkt. Mensen die voor mentorschap in aanmerking komen, zijn personen die deels wilsonbekwaam worden genoemd: bijvoorbeeld personen die te maken hebben met een verstandelijke beperking, dementie, hersenletsel of coma. Bij wilsbekwaamheid wordt gekeken of de betrokkene de informatie op zijn of haar niveau voldoende begrijpt.  Iemand kan zelf om mentorschap vragen. Ook familie tot in de 4e graad, of een instellingsmedewerker kan een verzoek richten aan de kantonrechter. Een aanvraagformulier is te verkrijgen bij Postbus 51. Meer adressen zijn te vinden achterin dit boekje.

Voor meer informatie kunt u kijken bij de folders die u via deze site kunt downloaden of bestellen.
Voor verdere vragen kunt u terecht bij de regionale stichting bij u in de buurt

Bij hen kunt u zich ook aanmelden als u belangstelling heeft om mentor te worden.